In de droge bergen van de Cederberg, ten noorden van Kaapstad in Zuid-Afrika, groeit een struik met een bescheiden uiterlijk en fijne naaldjes: Aspalathus linearis, beter bekend als Rooibos. Deze wilde plant, endemisch voor deze regio, verbergt achter zijn rode takken een eeuwenoude geschiedenis en een medicinale rijkdom die lange tijd onbekend bleef voor de rest van de wereld. Vandaag is rooibos uitgegroeid tot een volwaardig alternatief voor thee, met een eigen identiteit, en heeft het geleid tot een breed assortiment biologische rooibostheeën met zeer uiteenlopende smaakprofielen.
De Khoikhoi-volkeren, de eerste bewoners van de regio, verzamelden de rooibosbladeren al lang vóór de komst van de Europese kolonisten. Ze lieten ze in de zon drogen en gebruikten ze als infusie om tal van kwalen te verlichten: spijsverteringsproblemen, ontstekingen, angst. Deze kennis, mondeling doorgegeven van generatie op generatie, vormt de basis van een inheemse geneeskundige cultuur die vaak vergeten wordt.
Een infusie zonder theïne, maar niet zonder kracht
Rooibos werd lange tijd ten onrechte als een “rode thee” geclassificeerd. Toch bevat hij helemaal geen theïne, omdat hij niet afkomstig is van de theeplant (Camellia sinensis), maar van een vlinderbloemige — dezelfde familie als erwten en bonen. Deze bijzonderheid maakt er een unieke drank van, die op elk moment van de dag kan worden gedronken, zonder opwekkend effect, zelfs voor kinderen of zwangere vrouwen.
Maar daar houdt zijn rijkdom niet op. Rooibos zit boordevol polyfenolen en antioxidanten, waarvan sommige in geen enkele andere plant voorkomen. Aspalathine bijvoorbeeld is een flavonoïde die eigen is aan rooibos en wordt onderzocht om zijn ontstekingsremmende, antioxiderende en zelfs bloeddrukverlagende eigenschappen. Het zou gunstig zijn tegen oxidatieve stress, celveroudering en zelfs bepaalde stofwisselingsziekten.
Bovendien suggereren voorlopige studies dat regelmatige consumptie van rooibos kan helpen om het cortisolgehalte te verlagen (het stresshormoon), de kwaliteit van de slaap te verbeteren en de afweer van het immuunsysteem te versterken. In tegenstelling tot meer gangbare infusies onderscheidt rooibos zich dus door een zachte maar complete werking op het organisme.
Van wilde struik tot verantwoorde teelt
Eeuwenlang werd rooibos in het wild geoogst. Pas aan het begin van de 20e eeuw deden de eerste pogingen tot gestructureerde teelt hun intrede, met name dankzij Benjamin Ginsberg, een Russisch-Zuid-Afrikaanse handelaar met een passie voor planten. Hij observeerde het ritueel van de Khoikhoi en besloot het gebruik ervan onder Europese kolonisten te verspreiden door zijn spijsverteringsbevorderende eigenschappen te promoten.
De plant blijkt echter wispelturig: ze groeit van nature slechts in een zeer beperkt gebied op aarde, in de zanderige en zure bodems van de Cederberg. Dit beperkte gebied, gecombineerd met een groeiende wereldwijde vraag, maakt rooibos bijzonder kostbaar. Voor de teelt is weinig irrigatie nodig, waardoor het een plant is die spaarzaam omspringt met watervoorraden, een cruciaal criterium in een land dat regelmatig door droogte wordt getroffen.
Vandaag is het merendeel van de geteelde rooibos afkomstig uit de biologische landbouw. Deze aanpak helpt de biodiversiteit te behouden, de bestuivers te beschermen en vooral de subtiele aroma’s te respecteren die de Afrikaanse zon in elk blaadje legt.
Van traditionele toepassingen tot modern onderzoek
Traditioneel werd rooibos door genezers gebruikt om een breed scala aan kwalen te behandelen. De aftreksels werden toegediend om babykrampjes, buikpijn, huidaandoeningen of slaapproblemen te verlichten.
De moderne geneeskunde begint deze kennis vandaag opnieuw te ontdekken. Vooral Zuid‑Afrikaanse en Japanse onderzoekers bestuderen de effecten van rooibos op de bloeddruk, de bloedlipiden en de bloedsuikerspiegel. Hoewel niet alle aan rooibos toegeschreven eigenschappen al door de wetenschap zijn bevestigd, staat vast dat het een natuurlijke, milde bondgenoot voor de gezondheid is, zonder bekende bijwerkingen.
Een kameleoninfusie: warm, koud, kruidig of fruitig
Een van de grote troeven van rooibos is zijn aromatische veelzijdigheid. Zacht, van nature zoet en nooit bitter, zelfs niet bij lang trekken, leent hij zich voor talloze variaties:
-
Heet geïnfuseerd met een vleugje kaneel of gember voor een winterse kruidenthee
-
Koud getrokken gedurende de nacht, op smaak gebracht met sinaasappelschil of munt voor een zomerse drank
-
Gebruikt als basis voor alcoholvrije cocktails, of zelfs in bepaalde recepten voor plantaardige desserts
Onder deze varianten zullen sommigen de voorkeur geven aan een smakelijke rooibosinfusie, zacht en fruitig, met tonen van aardbei en vanille die doen denken aan desserts van weleer, terwijl anderen de rooibos met exotische tonen zullen waarderen, geïnspireerd door zonovergoten tropische vruchten.
Het is een infusie die met de seizoenen en de goesting mee evolueert, zonder ooit te vervelen. Er is geen toegevoegde suiker nodig, want de tannines zijn zeer laag, en zijn roodkoperen kleur maakt hem even mooi om te zien als lekker om te drinken.
Een symbool van Zuid-Afrikaanse identiteit
Sinds 2014 wordt rooibos door de Europese Unie erkend als een Beschermde Geografische Aanduiding — een primeur voor een Afrikaans product. Dit label garandeert niet alleen de herkomst van de rooibos, maar ook het behoud van traditionele kennis en lokale landbouwpraktijken.
Voor de gemeenschappen van de Cederberg is het een bron van culturele en economische erkenning. Sommige coöperaties werken vandaag volgens principes van eerlijke handel, waarbij de lokale telers worden betrokken bij de productiebeslissingen en een fatsoenlijke vergoeding krijgen verzekerd.
Rooibos drinken betekent dus een duurzaam landbouwecosysteem steunen dat diep geworteld is in een menselijke geschiedenis, voorbij het louter smaakmatige aspect.



